Geschiedenis van Kaapverdië
Kaapverdië, ook wel Kaapverdische Eilanden (of Cabo Verde zoals het land officieel heet) is een eilandengroep die ten zuiden van de Canarische Eilanden en ten westen van het Afrikaanse continent ligt. Welke eilanden dat precies zijn en hoe ze van elkaar verschillen, staat op de pagina over de Kaapverdische Eilanden.
Rond 1460 vestigden zich hier Portugese kolonisten, waarna de eilandengroep uitgroeide tot een belangrijke tussenstop voor internationale handelsroutes, bevoorrading voor de Portugese kolonies en andere scheepvaart. Daaronder viel eeuwenlang ook het vervoer van tot slaaf gemaakten vanuit West-Afrika, met overslagpunten als Gorée in Senegal en Kunta Kinteh Island in Gambia, dat tot 2011 James Island heette. De havens van Kaapverdië speelden daarin een centrale rol.
Kaapverdië bleef tot 1975 onder Portugees bewind. Vanaf dat moment was Kaapverdië onafhankelijk en had het een eigen regering en bestuur. In de jaren tachtig werd geprobeerd om een eenheidsstaat te vormen met het West-Afrikaanse Guinee-Bissau (eveneens een oude Portugese kolonie) maar deze pogingen zijn aan het eind van jaren 80 opgegeven.
Vanaf de vroege jaren 90 is de archipel een democratie met meerdere partijen. Zeker in vergelijking met andere Afrikaanse landen is Kaapverdië politiek zeer stabiel en heeft het relatief lage corruptiecijfers.
Vroege geschiedenis
De eerste bewoners van Kaapverdië waren Moorse en West-Afrikaanse vissers. Hoewel hier geen bewijzen van zijn gevonden op de eilanden gaat het verhaal dat er al inwoners waren in het jaar 500.
Over het algemeen wordt gezegd dat de eerste bewoners van de eilandengroep de Portugezen waren die in 1456 aankwamen. Het is niet duidelijk wie de ontdekker van Kaapverdië is want verschillende bekende ontdekkingsreizigers krijgen deze eer toegeschreven: Diogo Gomes, Diogo Dias, Diogo Alfonso en Alvise Cadamosto.
Het was echter António de Noli aan wie de ontdekking officieel werd toegeschreven door de koning van Portugal, koning Alfonso V. António de Noli was een Italiaanse zeeman uit Genua en werd later benoemd tot gouverneur van de Kaapverdische archipel en was dus de eerste officiële bestuurder van de regio.
Kaapverdië was de eerste Europese kolonie in een tropisch klimaat en kan worden beschouwd als het beginpunt van het koloniale rijk van Portugal. De eerste nederzetting op Kaapverdië werd gesticht in 1462 (ruim 25 jaar voor Colombus op de Dominicaanse Republiek arriveerde en Amerika ontdekte) en lag op het eiland Santo Antão en heette Ribeira Grande.
Portugese Kolonie
In de eerste eeuwen nadat Portugal de eilandengroep onder bestuur had, werd het niet gezien als kolonie maar als uitbreiding van Portugal. Hierdoor werd er volop geïnvesteerd om een lokale economie op gang te krijgen en de eilandengroep qua welvaartsniveau op gelijk niveau te krijgen als het vaste land.
In het begin lag de focus op de economie vooral op plantages. Alle inspanningen ten spijt, was dit geen succes. De Portugezen kozen ervoor om suiker en katoen te verbouwen, maar deze gewassen deden het niet erg goed in het relatief droge klimaat van de Kaapverdische eilanden.
Een alternatief werd gevonden in de slavernij. De trans-Atlantische slavenhandel vormde daarom de kern van de vroege Kaapverdische economie, en Kaapverdië was een handelspost voor tot slaaf gemaakte mensen die uit onder andere Guinee-Bissau kwamen en naar Brazilië werden gebracht.
De strategische ligging van de eilandengroep, tussen Afrikaanse kolonies, het Portugeze thuisland en de nieuwe Braziliaanse kolonie maakte de eilandengroep een zeer belangrijke schakel in het handelsnetwerk van Portugal. Door de transnationale invloed van de slavenhandel werd Kaapverdië een cultureel diverse samenleving met vele achtergronden en verhalen.
Een groot aantal van de tot slaaf gemaakten bleef op de Kaapverdische archipel wonen en werden te werk gesteld. Vele van de lokale tradities, die vanuit allerlei Afrikaanse stammen en achtergronden kwamen, werden ook in hun nieuwe land gebezigd. De ‘creolisatie’ van de eilandengroep heeft een sterke invloed gehad op de uiteindelijke vorming van culturele tradities van tegenwoordig.
Het oud-Portugees was de officiële taal en werd door Portugezen dan ook gesproken. De tot slaaf gemaakten spraken echter een mix van talen, het ‘Kriolu’, een taal die ook door veel stammen in Guinee-Bissau werd gesproken. Het Kriolu zou later een gemeenschappelijke band vormen tussen de twee Portugeze kolonies in hun strijd voor onafhankelijkheid.
In 1807 nam de Britse regering de Abolition of Slave Act aan, waarmee de slavenhandel in het Britse Rijk werd afgeschaft, en hoewel dit geen einde maakte aan de wereldwijde slavernij, verminderde het de vraag naar slaven sterk en maakte het de slavenhandel de-facto illegaal volgens internationaal recht.
Het einde van de slavenhandel betekende ook het einde van een groot deel van de lokale economie, die vooral draaide op het ondersteunen van deze handelsroutes. Nu de eilandengroep haar belang voor de Portugese koloniale economie grotendeels had verloren, werd de aandacht die vanuit Portugal voor Kaapverdië was ook steeds kleiner.
Er werden minder voorraden aangevoerd, investeringen bleven uit en voor het eerst was er honger op de eilanden. Dit bracht een grote emigratie op gang, onder andere naar het vasteland van Portugal. Omdat veel internationale handel tussen de Verenigde Staten en het oosten via de Kaapverdische Eilanden liep, monsterden veel jonge Kaapverdische mannen aan op deze schepen en voeren mee naar de Verenigde Staten. Velen kwamen nooit meer terug en vestigden zich in de VS. Dit verklaart ook de enorme diaspora die tegenwoordig vooral rondom Boston woonachtig is.
De laatste 50 jaar van de jaren 1800 was een periode van sterke achteruitgang voor Kaapverdië in het algemeen. In deze periode viel de trans-Atlantische slavenhandel praktisch helemaal stil en dankzij technische ontwikkelingen was een tussenstop voor bevoorrading onderweg steeds minder noodzakelijk.
Bovendien was de aandacht van Portugal nagenoeg verdwenen en kwamen er geen investeringen, voorraden en andere noodzakelijkheden meer vanuit Europa naar het zuiden. Dit was een sterke aanjager van de ontevredenheid van de lokale bevolking tegenover de machthebbers.
Onafhankelijkheidsstrijd
De verwaarlozing van Kaapverdië door Portugal ging door in de eerste helft van de jaren 1900. Kaapverdië werd geteisterd door natuurrampen en voedseltekorten, waar Portugal weinig aan deed. In 1926 kwam het regime van Salazar aan de macht, een gebeurtenis waar de lokale bevolking van de Kaapverdische eilanden niet blij van werd. De onvrede groeide uit tot de oprichting van de Afrikaanse Partij voor de Onafhankelijkheid van Guinee en Kaapverdië (PAIGC) die zich inzette voor onafhankelijkheid van beide landen.
Een van de weinige investeringen die het regime in Portugal nog deed op de Kaapverdische eilanden was de bouw van het beruchte concentratiekamp in Tarrafal, waar dissidenten naartoe werden gestuurd en in de regel altijd omkwamen door extreem slechte leefomstandigheden.
Kaapverdië, dat bestaat uit een kleine keten van eilanden met een kleine bevolking, was geen bijzonder strategische locatie voor het soort langdurige guerrillaoorlog dat in andere Portugese koloniën gevoerd werd. De mensen die betrokken waren bij de onafhankelijkheidsstrijd beseften dat ze verbonden moesten zijn met de strijd op het Portugese vasteland, wilden ze een kans maken op onafhankelijkheid. Omdat Kaapverdië een beter onderwijssysteem had dan de andere Portugese Afrikaanse koloniën werd het gebruikt om koloniale bestuurders op te leiden die in verschillende delen van het Portugese Rijk zouden werken.
Dit betekende dat er in de Portugese kolonie Guinee-Bissau veel Kaapverdische bestuurders en arbeiders waren. Toen Guinee-Bissau hun onafhankelijkheidsbeweging lanceerde, vormden Kaapverdianen een kernonderdeel van die groe.
PAIGC werd daarom gevormd als een partij die zich inzette voor de onafhankelijkheid van beide landen. Een van de oprichters van PAIGC, Amilcar Cabral, was geboren uit Kaapverdische ouders, maar woonde in Guinee-Bissau.
De PAIGC lanceerde een programma van eenheid tussen Guinee-Bissau en Kaapverdië, waarbij Cabral betoogde dat dit Kaapverdië in staat zou stellen tegelijkertijd te strijden voor zijn eigen onafhankelijkheid en zou voorkomen dat de kolonie verder onder Portugese controle zou komen. In 1973 werd Cabral vermoord door een Guinese man als onderdeel van een complot van de Portugese geheime diensten.
De PAIGC zou een guerrillaoorlog voeren tegen de Portugese autoriteiten, maar geen van de gevechten vond plaats op een van de Kaapverdische eilanden. Sommige geleerden beweren dat het latere succes van Kaapverdië bij het vestigen van een democratie werd bevorderd door de afwezigheid van daadwerkelijke gevechten in het land. De PAIGC zou pas actief worden op Kaapverdisch grondgebied na de revolutie van april 1974 in Portugal, waarbij het autoritaire regime in het land omver werd geworpen.
De val van de Portugese dictatuur maakte de weg vrij voor de onafhankelijkheid van Portugals koloniale bezittingen in Afrika. In 1975 verklaarden Kaapverdië en Guinee-Bissau zich onafhankelijk van Portugal en werd Aristides Maria Pereira de eerste president van Kaapverdië.
Kaapverdië na de onafhankelijkheid
Kaapverdië hield op 30 juni 1975 nationale verkiezingen waarbij een parlement werd gekozen. Als vroege, instabiele natie, koos Kaapverdië ervoor zich neutraal te verklaren tijdens de Koude Oorlog. Het land had in die periode goede betrekkingen met zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie.
Na een militaire staatsgreep in Guinee-Bissau in 1980 verdwenen de laatste restjes eenheid tussen dit land en Kaapverdië. De PAIGC splitste zich in tweeën, waarbij één factie de Afrikaanse Partij voor de Onafhankelijkheid van Kaapverdië (PAICV) vormde, die de macht in Kaapverdië overnam.
Een in Lissabon opgeleide groepering in de regering van Kaapverdië propageerde radicalere socialistische hervormingen en brak met de rest van de partij in wat bekend staat als de “Trotskistische crisis”. De persvrijheid en andere burgerrechten werden beperkt door de spanningen die volgden op deze politieke crisis en in 1980 riep de PAICV Kaapverdië uit tot een eenpartijstaat.
De parlementsverkiezingen gingen echter door en in 1985 werden verschillende onafhankelijke kandidaten gekozen op de lijsten van de PAICV, waaronder de toekomstige leider van de Beweging voor Democratie (MPD), Carlos Veiga. Na de parlementsverkiezingen van 1985 nam de druk toe ten gunste van meerpartijenverkiezingen.
In januari 1991 werden in Kaapverdië de eerste meerpartijenverkiezingen gehouden en sinds dat moment is het politiek rustig en stabiel in het land. Die dag, 13 januari, is nog altijd een nationale feestdag: de Dag van de Democratie. Meer van dat soort praktische kennis staat op de pagina handig om te weten. De afgelopen decennia heeft Kaapverdië zich ontwikkeld van ontwikkelingsland tot middeninkomensland. In 2007 haalden de Verenigde Naties het land als tweede ooit uit de categorie minst ontwikkelde landen, en de economie steunt sindsdien op meer dan één sector.
Het toerisme, dat zich vooral op niveau van zonvakanties afspeelt op de eilanden Sal en Boa Vista is hierin een belangrijke ontwikkeling. Het jaagt werkgelegenheid, buitenlandse investeringen en ontwikkeling van lokale infrastructuur aan.
Daarnaast is er een grote visverwerkingsindustrie en levert het land veel diensten aan Portugese en Braziliaanse bedrijven.
Veelgestelde vragen over de geschiedenis van Kaapverdië
-
Waren de Kaapverdische Eilanden bewoond voor de Portugezen kwamen?
Nee. De eilanden waren onbewoond toen de Portugezen ze rond 1460 ontdekten. Alle huidige bewoners stammen af van Portugese kolonisten en van West-Afrikanen die als tot slaaf gemaakten naar de eilanden zijn gebracht.
-
Waarom waren de eilanden zo belangrijk?
Door hun ligging voor de kust van West-Afrika groeiden ze uit tot een tussenstop op de internationale handelsroutes en tot bevoorradingspunt voor de scheepvaart. Eeuwenlang liep ook de trans-Atlantische slavenhandel via de havens van de eilanden.
-
Wanneer werd Kaapverdië onafhankelijk?
Op 5 juli 1975, na ruim vijfhonderd jaar Portugees bestuur. Die datum is nog altijd de nationale feestdag.
-
Wat gebeurde er in 1991?
Toen werden de eerste meerpartijenverkiezingen gehouden, waarmee er een einde kwam aan de eenpartijstaat. Sindsdien is het politiek rustig in het land. Die dag, 13 januari, is een nationale feestdag: de Dag van de Democratie.
-
Zijn er hongersnoden geweest op Kaapverdië?
Ja, eeuwenlang. De laatste twee, van 1941 tot 1943 en van 1947 tot 1948, kostten samen naar schatting vijfenveertigduizend mensen het leven. Veel Kaapverdianen vertrokken in die jaren naar Portugal, Nederland en de Verenigde Staten.
-
Wonen er meer Kaapverdianen buiten het land dan erin?
Ja. Door de emigratiegolven, vooral tijdens en na de hongersnoden, is de diaspora groter dan de bevolking op de eilanden zelf. Grote gemeenschappen wonen in Portugal, de Verenigde Staten, Frankrijk en Nederland, waar Rotterdam de bekendste is.
-
Is Kaapverdië een arm land?
Niet meer in de categorie waarin het lang zat. In 2007 haalden de Verenigde Naties het land als tweede ooit uit de groep minst ontwikkelde landen, en sindsdien geldt het als middeninkomensland. Het leven op de eilanden is wel duur, omdat vrijwel alles wordt ingevoerd.
-
Welke talen worden er gesproken?
Portugees is de officiële taal en staat op de borden en in de wetten, maar onderling spreekt vrijwel iedereen Kaapverdisch creools. Dat kriolu verschilt bovendien per eiland.